Nara, Japans eerste permanente hoofdstad, staat niet zomaar op de Unesco werelderfgoedlijst. Het is een geweldige plek met een ideale mix van cultuur en natuur. Je bent de stad nog niet uit of de eerste herten duiken op in een park naast de hoofdweg. Aan de rand van de stad bevindt zich het prachtige Nara-koen met enkele zeer indrukwekkende tempels en uiteraard, massaís bambiís.

 

Het is nog maar kort na de middag wanneer we toekomen in het station van Nara. Ons hotel ligt op wandelafstand, althans dat dachten we.

Tegen alle verwachting in is Nara een behoorlijk grote stad en er zijn 2 stations. Wij komen toe in het JR station terwijl het lokale treinstation Kintetsu Nara voor ons veel beter gelegen is. Even mispakt, dus moeten we een kleine 20 min wandelen tot bij ons hostel.

Gezien het vroege uur gaan we er opnieuw vanuit dat we nog niet kunnen inchecken, maar niets is minder waar. Een zeer sympathieke dame verwelkomt ons in het Nara Oak Hostel en overhandigt ons de kaart zodat we reeds intrek kunnen nemen in onze zeer kleine kamer met dito klein bed waar we de komende 2 nachten met zijn 3 logeren.

Nara wordt vaak bezocht als daguitstap maar wij besloten om er ook te overnachten. Zo kunnen we het iets rustiger aan doen en kan Senne ten volle genieten van het bezoek aan de herten van het park. Een hele goeie beslissing achteraf bekeken.

 

Het is opnieuw een stralende dag vandaag, dus gaan we er onmiddellijk op uit richting het park. Senne staat te popelen om de bambiís te zien en deze duiken al snel op in grote getale. Op de hoofdweg die naar en langs het park loopt zagen we al verschillende verkeersborden die wijzen op overstekende herten. De beesten lopen hier wel degelijk vrij rond, de omheiningen dienen enkel om ze af te schermen van de hordes toeristen en zorgen er net voor dat de bambiís voor wat rust kunnen kiezen.

Overal doorheen het park kan je bambi koekjes kopen, een pakje deer-cookies kost 1,20 euro. Dat weten de bambiís maar al te goed en daarom zakken ze massaal af naar de rand van het park waar de busladingen vol met toeristen aankomen die allen koekjes kopen.

Sommige van de beesten zijn effectief lam gegeten en kunnen geen poot meer verzetten.

 

We kopen ons ook een pakketje koekjes en wandelen iets verder het park in, heel wat gezelliger dan aan de rand van de weg. We passeren een eerste tempel met bijhorende houten pagode, deze geven ons een mooie eerste indruk van het park.

Wat verderop zetten we ons op een bankje en daar worden we al snel omringd door bambiís. Voorzichtig breekt Senne een stukje van een koek, maar met zoín klein kruimeltje is de bambi niet tevreden en al snel pikt hij het grote stuk koek uit zijn andere hand. Bambiís voederen is een kunst want voor je het weet zijn ze met al je koeken weg. Bovendien is Senne nog een beetje bang, zeker van de grotere mannelijke exemplaren met hun grote gewei.

We stoppen de overschot aan koeken in onze rugzak en proberen zelf een boterhammetje binnen te krijgen. Niet evident met al die beesten rond ons die maar al te goed weten dat we eten bij hebben en daarnaast ook hun eigen koeken schijnen te ruiken, hoewel we ze verstopten in de rugzak.

 

Senne geraakt meer en meer op zijn gemak tussen de honderden herten en wordt daarbij iets te moedig. Hij stapt stoer op ze af om hen te aaien, maar dat hebben ze niet altijd graag. Ze voelen zich gefopt wanneer hij enkel komt om hen te aaien en hen geen koekje aanbiedt en zo krijgt hij van een van de mannetjes een kopstoot. Gelukkig niet heel erg, maar toch even serieus schrikken.

Eigenlijk is het best hilarisch om hier rond te lopen en de andere toeristen te aanschouwen. Ze hebben nog maar net koekjes gekocht of er staan al tientallen herten te schooien en voor ze het goed en wel beseffen zijn ze hun volledige pakketje koeken al kwijt.

Daarnaast knabbelen de dieren ook aan je kleren en knappen eens aan je rugzak, het is echt oppassen geblazen terwijl je hier rondloopt. Zo zagen we ook herten die er vandoor gingen met een stadsplan of een plastieken zakje en het is geen evidentie om dat weer af te pakken.

 

We zetten onze weg doorheen het park verder en komen uit bij de Daibutsu-den Hall, een immense tempel met daarbinnen een al even immense boeddha. Deze is een van de grootste bronzen figuren ter wereld met zijn 16 meter hoog, de boeddha bevat 437 ton aan brons en 130kg goud. De toegang tot de tempel gaat via een enorme houten poort dewelke al minstens even indrukwekkend is. De tempel zelf is bovendien de grootste houten tempel ter wereld.

 

Zeer onder de indruk lopen we terug richting het park, het is een mooie dag geweest en stilaan tijd om ergens iets te eten te zoeken. Onderweg passeren we een grote feesttent, daar hoorden we deze namiddag al veel muziek en wat blijkt, hier wordt een hele week Oktoberfest 2017 gehouden. Er is enorm veel volk en het heeft wel iets, Duitse muziek in Japanse sferen. Een pint is vreselijk duur, maar onweerstaanbaar. Met een minimum van 8 euro en gaande tot 20 euro voor een liter bier moet er hier een gigantische omzet gedraaid worden. Om dan nog maar te zwijgen van de worsten met zuurkool en andere Duitse gerechten die hier vlotjes over de toonbank gaan.

Het Oktoberfest is een hele fijne afsluiter van een eerste mooie dag in Nara.

 

Op dag 2 bezoeken we, hoe kan het ook anders, de bambiís. Met opnieuw een pakketje koeken begeven we ons in het park. Senne kiest de dieren nauwkeurig uit, niet eender welk beest krijgt van hem zomaar een koek. Na de kopstoot van gisteren duurt het bijna een hele dag voor hij er terug wat vertrouwen in krijgt en op een van de mannetjes durft afstappen.

Vandaag is Dave de gelukkige. Terwijl Senne een van zijn laatste koekjes uitdeelt gaat de bambi op zijn blote tenen staan, zoín beestje schijnt behoorlijk zwaar te wegen.

 

We wandelen doorheen het park, best leuk om zo ís morgensvroeg als een van de eersten in het park te zijn en in alle rust te kunnen wandelen. Hoewel, het duurt niet lang voor de eerste tourbussen aankomen en Nara alweer overspoeld wordt door toeristen.

Ook voor vandaag kochten we ons een picknick en eten we in het park. Niet alleen onze boterhammen trekken de aandacht van de herten, maar ook op onze appelsienen zijn ze uit. Bij wijze van test en eigenlijk in de hoop dat ze het niet lusten en zullen afdruipen geef ik een beentje van de appelsien. Jammer genoeg blijkt dat net wel in de smaak te vallen en is het beest er alweer op uit om onze lunch te stelen.

 

Geheel toevallig, we zijn vandaag niet doelgericht aan het wandelen maar verkennen op ons gemak de rest van het park, komen we uit bij Nigatsu-do en Sangatsu-do. Twee subtempels van het Daibutsu-den complex dat we gisteren bezochten en waarna we geen zin hadden om verder omhoog te klimmen om deze te bezoeken.

Wat leuk dat we er nu toevallig toch op uitkomen, want het zicht vanaf deze kleinere tempel is enorm knap.

 

Na een lange dag die vooral voor Senne heel vermoeiend moet geweest zijn, want al uren wandelen we rond met af en toe een pauze op een bankje, keren we terug naar de stad.

Het is intussen valavond en voor ons stilaan etenstijd, voor de bambiís net niet. Senne geraakt zijn laatste koekje niet eens meer kwijt. De meeste van de dieren hebben de hele dag massaís koekjes gekregen en gegeten en geraken niet eens meer overeind. Ze kijken niet meer op en liggen lui onder een boom, best een triestig zicht en dan nog staan er tientallen mensen te wachten met koekjes in de hand terwijl er geen enkel beest nog zin in heeft.

 

We, en vooral Senne, zijn heel blij dat we ervoor kozen om 2 keer te overnachten in Nara en zo ten volle van de omgeving te kunnen genieten.

 

                birds_up.gif                 birds_next.gif